De professoren van de Universiteit van Giessen beschouwd genealogisch

Het verhaal van Professor galerij aan het jaar 1629 terug, dus de tijd waarin de Giessen University werd verplaatst naar Marburg. (1624-1650) Van 25. Meer 1625 naar 5. Meer 1650 trok de universiteit als gevolg van de pest en de 30-jarige oorlog naar Marburg, tussen 1633 bleven ze voor 12 Maanden terug in Giessen. De bestaande galerij is opgenomen in dit artikel slechts schematisch. Veel interessanter zijn de genealogische studies over dit. Hier werden de relaties geopenbaard in de Giessen docentencorps. Ze vormen een perfect voorbeeld van de genetica (sized inteelt, Huwelijk partijen of Berufsversippung) verbindt ons met bekende namen.

Kijkend naar de 4 latere genealogieën in detail, dan is de obligatie zal heel duidelijk merken. Sinds een aantal professoren opknoping achteruit, samen met een familie met de naam Marburg burgers “ORTH”. Ook interessant is het feit, dat Goethe's afkomst terug te voeren op drie verschillende manieren om Anthony Orth. Het kan gebruikt worden dus reeds op deze manier geproduceerd veel verbindingen.

Voor de Orth-afdaling resulteert in een verwantschap relatie met de landgraaf van Hessen, de Universiteit van Marburg (1527) en Casting (1607) hebben vastgesteld: Filips de Grootmoedige (1504-1567) en zijn kleinzoon Ludwig V. (1577-1626) Duidelijk zichtbaar, dat deze twee heersers als Generaties- en tijdgenoten op de planken als de eerste of Marburg. Giessen hoogleraren optreden: “Weigel, Dorstenius, Dieterich, Steuber, Mentzer, Antoni, Winckelmann, Feuerborn, In oder Blatt 3 de naam Rambach, Mist, Verlosser, Leyser, van Klipstein, door Senckenberg, van Grolmann, usw.”! Deze panelen moeten nog naar een ander bekend feit, namelijk dat het niveau van de academici komt meestal uit gezinnen pastor. Deze “Dominee” kan dus worden gezien als een op middellange termijn sociaal oplopende families.

Takken 1-3 een geheel vormen met de hoofdas “Goehte-Orth” tijdens panel 4 een heel andere situatie lijsten. De voorouders van Liebig waren bijna zonder uitzondering “kleine mensen” (Schoenmaker, Schneider, Landlieden) ze geen rekening gehouden met vertegenwoordigers van de intellectuele beroepen. In het nageslacht, maar wordt vol met allerlei hoogleraren; vinden we namen als “Delbrück, Karl Thiersch, Adolf von Harnack, enz.”….


Auteur:

Siegfried Rösch, 1957 (Volledige tekst)

Reacties zijn gesloten.